zondag 21 maart 2010

Feest


14 juli (le quatorze juillet) is de nationale feestdag van Frankrijk. Op deze dag wordt de bestorming van de Bastille-gevangenis gevierd, waarmee in 1789 de Franse revolutie begon. Formeel is dit niet helemaal juist: men viert de eerste verjaardag van de bestorming van de Bastille, het feest van de Franse federatie. Dat was een patriottisch feest op 14 juli 1790 om de eenheid van Frankrijk te benadrukken. In 1880 werd de dag tot nationale feestdag verklaard.


Overal hangt de vlag uit. Soms splinternieuw, maar ook van die mooie vale, waarvan de knop nog 
uit houtsnijwerk bestaat wuiven zachtjes in de wind. Om elf uur 's morgens is er een ceremonie bij het gedenkteken waar officieel de vlag wordt gehesen.

Dan gaan we aan tafel. Er wordt bediend door dorpsgenoten die zich duidelijk prettig voelen in hun rol. Op iedere tafel staan brood en water en een fles wijn per vier personen. De lunch bestaat uit een soepje, gevolgd door grote, rijk gevulde schotels met salade en allerlei gebraad. Voor de kinderen is er een apart menu. Mijn buurvrouw zit tegenover de burgemeester en ziet dat hij een fles met gouden medaille onder de tafel vandaan haalt. Ze laat haar vork vallen en terwijl ze bukt, ziet ze onder zijn stoel een vijfrijige vooraad staan. Terwijl ze met de vork in haar hand omhoog komt en hem aankijkt, geeft hij haar een vette knipoog. "Mag ik u een glaasje inschenken madame?" Tja, wat zeg je dan. Ze bloost en accepteert het glas met een vrolijk handgebaar.  







Het feest barst los. Het feestcomité heeft maandenlang vergaderd en deze dag is de kroon op hun werk. Er wordt gedanst, er zijn spelletjes voor de kinderen, er is een jeu de boules-baantje aangelegd en een ouderwets kaatsspel brengt zelfs de oudste bewoners op de been. De pastoor danst met de vrouwelijke koster en iedereen wiegt mee op de muziek. Het is alsof de tijd dertig jaar heeft stil gestaan. Saamhorigheid alom.





Als uiteindelijk iedereen voldaan naar huis gaat is er 's avonds nog een lampionnenoptocht voor de allerkleinsten.

dinsdag 16 maart 2010

Buiten Eten





Als je de hele dag buiten doorbrengt hoort daar natuurlijk lekker eten bij. Wij proberen zoveel mogelijk biologisch geteelde groeten te kopen. Daar moeten we wel even voor rijden. Vorig jaar mochten we meegenieten van de groenten uit de tuin van de buren. Onze eigen tuin staat vol met heerlijke kruiden. Koriander is zeer geliefd bij een of ander dier. Wellicht één met een oosterse inslag. Misschien is het een haas, een konijn of een egel. Tot drie keer toe heb ik ’s middags een plant gepoot die dan de volgende morgen helemaal kaal was gegeten. Dit seizoen ga ik de kruidenplanten in potten dicht bij het huis zetten. Wie weet.



Bij een Frans huis hoort veel bezoek. Wij genieten er net zo hard van als onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Een grote tafel met eters……je kunt mij geen groter plezier doen. We verplaatsen ons regelmatig naar gelang het tijdstip van de dag. ’s Morgens ontbijten we meestal achter het huis. Lunchen gebeurt op het grote terras, of onder de lindeboom, die als hij bloeit heerlijk geurt en natuurlijk gebruiken we het overdekte terras veel. Daar kun je eindeloos natafelen, want als het hoog zomer is blijven de natuurstenen muren lang warm.



Het fruit uit de boomgaard is verrukkelijk. 
Je moet er wel mee leren omgaan. 
Het zijn grote hoeveelheden. We geven af en 
toe wat weg. Appels en peren zijn goed te 
bewaren en te drogen, maar perziken moet je goed 
laten rijpen aan de boom en snel opeten of in 
jams verwerken. De pruimen, aardbeien, rabarber, 
bessen en bramen zijn dankbare vruchten om te 
conserveren.


Onze blonde kleinkinderen komen regelmatig logeren. Samen met vriendjes en vriendinnetjes uit het dorp vermaken ze zich wel. Toen hun ouders de eerste zomer dat we het huis hadden de vakantie bij ons doorbrachten, werden ze zo enthousiast, dat ze overal zijn gaan rondneuzen en nu zelf een huis hebben gekocht. Daarom is er ook voor hen veel werk aan de winkel. Hun drie kindertjes vinden het fantastisch. Ook onze andere zoon komt vaak met vrouw, kinderen en soms schoonfamilie logeren.




Als we dan weer samen zijn, genieten we van de herinneringen en van elkaar, tot het donker wordt en de sterren hun beelden zo duidelijk vertonen dat we er stil van worden. 








zondag 14 maart 2010

Licht







Het duurt nog wel even voordat het heldere licht verschijnt, de tuin zijn werkelijke gedaante laat zien. Deze foto’s herinneren aan lichtinval, soms gezien vanuit de spiegel, door een bedauwde lens of gewoon puur, zoals het is. De duifjes hoef je nooit te voeren. 










Er staan veel fruitbomen in de tuin en die vergen onderhoud. Vorig jaar moesten we een boom rooien, omdat hij geknakt en half ontworteld boven de grond hing. Dat was een triest gezicht. Hij had een ziekte. Voor hij de andere bomen aan zou steken vroegen we de buurman om raad.  Gabriël kwam met een grote tractor en trok hem in één keer uit de grond. Weemoedig stond ik te kijken en toen hij de motorzaag pakte zei hij: "Kom straks maar terug, je hoeft dit niet te zien." En zo is het. 

Wij genieten elk voorjaar van dit terras. Je kunt er al vroeg in het jaar zitten. 






Dit pareltje wilde
graag helpen.
                             

















vrijdag 12 maart 2010

Sober Slapen




Via de grote overloop met boudoir kom je in de logeerkamer en de kamer waar wij onze nachten doorbrengen. Al deze ruimtes waren met vele lagen behang beplakt. De twee bovenste gingen er gemakkelijk af, maar het onderpapier was heel dun en stevig op de muur verankerd met een soort onverwoestbare behanglijm. Het leek ons aantrekkelijk om gewoon over dit behang heen te schilderen, maar we besloten het toch maar goed te doen. Het kostte ons dagen om alles af te weken. Gelukkig heb je dan gelijk een glad resultaat.








De muren van onze slaapkamer waren slecht en moesten overal bijgewerkt worden met gips. Daarom hebben we er een laag glasvezelbehang overheen moeten plakken. Daarna is alles blauw geschilderd. Het plafond zag er vreselijk uit. Door een laag voorstrijkmiddel aan te brengen en daarover heen een laag ademende muurverf is het toch weer mooi geworden. Ook hier hebben we de buitenmuur afgebikt en “en pierre” laten maken. Er is nog steeds veel schilderwerk te doen, zoals de kozijnen en plinten.




De logeerkamer ligt aan de voorkant van het huis en heeft een prachtig nisje. Vroeger zat hier een raam wat uitkeek op de garage. Dat is dichtgemaakt. Het is omlijst met grote blokken natuursteen. Er is ook nog een wandkastje en een prachtige marmeren schouw met open haard. Dit is de mooiste en “rijkste” slaapkamer van het huis. Ook hier weer brede eiken delen op de vloer. Het plafond bestaat bestaat uit hout. We hebben alle vloeren op de bovenverdieping in de lijnolie gezet. De wanden zijn gedeeltelijk opnieuw behangen en er is hier okergele kalkverf gebruikt.



Van de linnen lakens die ik op brocantes vond heb ik gordijnen gemaakt en we gebruiken ze op allerlei manieren. Sommige hebben een prachtige rand of initialen van de namen van bruiden en bruidegommen die jaren geleden hun strak opgemaakte bed opensloegen. Er is veel kwaliteitsverschil in linnen en de borduursels geven de mate van welgesteldheid van de familie aan. 




Iedereen die hier slaapt voelt zich 's morgens als herboren. Wij hebben hier de eerste maanden doorgebracht tot de kamer aan de tuinkant klaar was. Vanuit ons bed genieten we van het uitzicht.




maandag 8 maart 2010

De Trap Op



Aan de trap zelf hebben we niet zo veel werk gehad, maar aan het trappenhuis des te meer. Met gevaar voor eigen leven besloot ik op een namiddag in navolging van de hal ook het trappenhuis in de roze kalkverf te zetten. De aannemer die het plafond pas gerestaureerd had, wilde de steigers wel laten staan, maar dan konden wij amper naar boven, dus ik moest een list verzinnen. Kalkverf hoor je met een soepele kwast met lange haren in dunne lagen aan te brengen. Om nou een ladder op de trap te zetten, dat ging me te ver. Ik hulde me in oude kleren, knoopte een doek om mijn hoofd en haalde een lange ragebol uit de berging. Als ik op de overloop zou gaan staan en me, niet leunend tegen de ballustrade, voorover zou buigen, zou ik met een extra hulpstuk op de ragebol gebonden wellicht tot in de nok kunnen komen. De kwast was net niet lang genoeg. Daarom zocht ik een latje, wat ik eerst met dikke tape aan de kwast bond en daarna het geheel aan de ragebol. De trap moest afgedekt worden met oude lakens. Naast me stonden een emmer met kalkverf en een emmer water met een doek. De truc was natuurlijk om dit lange gevaarte met kwast ook nog in de verf te kunnen laten zakken. Daarom zette ik de emmer met verf 10 treden lager en begon aan de klus. Boven je hoofd werken is al moeilijk, maar als je ook nog vooroverhellend, je adem inhoudend, de kwast in de verf moet dompelen zodat je kleur op de muur kunt aanbrengen dan heb je wel wat geluk nodig. Enfin het huis heeft al zoveel gegeven…ik dacht: “het neemt mij vast niet.” Pas de volgende morgen, bij daglicht dankte ik de kracht van balans.



De trap slingert zich, de sierlijke roeden volgend naar boven. Als je denkt dat je er bijna bent en naar links kijkt, zijn er nog twee traptreden die naar een soort opkamertje leiden.






Er lag groene vloerbedekking op de vloer, met daaronder spaanplaat. Die lagen hebben we er uit gehaald. Wat overbleef was een lichtelijk, door houtworm aangevreten planken vloer, die we lichtgrijs hebben geschilderd. De kamer knapte meteen op. Er zitten leuke nisjes in en het raam kijkt uit op de tuin. In deze ruimte hebben onze pareltjes van kleinkinderen al vaak geslapen.





Wij vertellen vervolgverhalen over kastelen, prinsen en prinsessen. Over ontdekkingsreizen en dromen. Zij bedenken figuren die in het verhaal mee gaan spelen.

zaterdag 6 maart 2010

Dromen bij de Waslijn



Er zijn van die plekken….verscholen in de tuin, die gemaakt lijken te zijn om je gedachten vorm te kunnen geven. Die een diepe ademhaling teweegbrengen, die tot muziek aanzetten, weemoedigheid verdrijven….gelukkig maken. Een plek waar je rustig uren kunt rondhangen. Daarom loop ik graag met een volle wasmand over het paadje naar de waslijn, voorzichtig, om de plantjes en de kruiden die overal tussen de stenen groeien te ontzien. De hoek om, waar in het voorjaar de perzikboom bloeit en in het najaar schitterende vruchten geeft. Een plek waar je alleen wilt zijn.

De manden die we verzameld hebben komen van de ons omringende brocantemarkten en we gebruiken ze voor vele doeleinden. Voor de was, het fruit, noten, kinderspeelgoed en voor het linnengoed op de logeerkamer. 

Het maakt mij niet uit om drie keer te lopen en langzaam alles op te hangen of nieuwe ophangsystemen uit te denken. Er zijn twee lange lijnen die vastgemaakt zijn aan metalen staanders. Het is leuk om de was horizontaal te hangen, maar verticaal is ook een uitdaging. De ene staander is overwoekerd door een schitterende clematis, Montana Rubens, die zich tot in de toppen van de tegenoverliggende boom heeft gewerkt. Ooit zal iemand geholpen hebben om dit naar de hemel reikende scheutje vast te zetten. Elke storm trotserend groeit de plant maar door. Er staat in dit hoekje ook een gigantische rabarberplant. Er wonen egels en kleine slangetjes. Hagedissen schichten onder de dakpannen als ze voetstappen horen. 





Het fijne van dit plekje is ook dat het uit het zicht ligt van een ieder die zich rond het huis bevindt. En dat iedereen intussen respecteert dat dit mijn plekje is. Drie kinderen met ouders op bezoek? Ik doe de was wel. Ophangen en afhalen? Geen probleem. Opvouwen op locatie? Mogelijkheden genoeg. Waslijnen vol? Genoeg ruimte om de grote stukken op het gras te laten drogen. Bleken dus. Werkt uitstekend!




En dan het aanzicht - nooit heb ik zo'n geluksgevoel gehad bij een waslijn.

Het gaat hier niet om de witheid of vlekkeloosheid of de geur. Niet om de hoeveelheid, om bezit, of zelfs om de hulpwasjes voor gasten, nee, dit moet je voelen…..dit moet je begrijpen.


Wat ooit voor mij de was was, is nu een privilege, een groot genoegen.



woensdag 3 maart 2010

La Cuisine

                          


Hier komt al het lekkers uit. Eerst uit een oude witte aftandse cuisinière met een barst in het gietijzeren binnenwerk, waarbij de rook ontsnapte als het vuur niet zo goed brandde. Later uit een een nieuwe Godin, een antraciet grijze. Een mooi exemplaar, gestookt op hout. De hele dag heb je een constante warmte en als het op koken aankomt, gaan de schuifjes wat verder open en heb je een super "kachel." De bovenplaat is zo groot dat er wel zes pannen op kunnen. Het warmste gedeelte is boven het stookgat. Als je iets wilt laten sudderen zet je het eenvoudig aan de meest buitenste rand of in de oven. Vroeger kookte ik op een AGA fornuis en moest later lange tijd wennen aan het koken op een normaal fornuis, maar dit maakt alles weer goed. Broodje? Drie minuten in de oven.....klaar. Ook zomers kook ik graag op dit fantastische apparaat, maar als er gasten in de kamer boven de keuken slapen kan dat niet, want er zit een roostertje in de schoorsteen wat de warmte overdraagt naar deze ruimte. Daarom koken we soms op een elektrisch kookplaatje of buiten. 









Wij eten samen altijd in de keuken. De tafel staat voor het raam en het licht is er prachtig. ’s Avonds zit ik er ouderwets te lezen of te schrijven met de warmte in mijn rug. De keuken is sober ingericht met een oude grenen kast en een werktafel die een opklapbaar blad heeft. Daar zetten we in het najaar,  alle produkten in die muizen lekker vinden. Zo kunnen ze er echt niet bij. Het rek kreeg ik van mijn zusje en heb het in de kleur van de werktafel geschilderd. Het aanrechtstuk is nog niet naar onze zin, maar dat komt wel. Wij hebben in ons leven al zoveel tafels gekocht en weggegeven, dat het een grote verrassing was een prachtige doorleefde tafel in de inboedel van het huis te vinden. Ook stonden er een stuk of vier boerenstoeltjes, sommige met een hartje. 



Onze gasten prefereren de zomermaanden, maar soms krijgen we ook in het voor- en najaar bezoek. Ik had een eenvoudige lunch gemaakt. De gasten zouden het toetje meebrengen. Madame liep voorzichtig het trapje op. Haar man begeleidde haar heupen en droeg haar tasje. Voor zich uit hield ze een rieten schotel met een schitterende taart. 
Hier maakten we kennis met een meester banketbakker. We hebben gesmuld!  



dinsdag 2 maart 2010

Van Chambre tot Salon

De slaapkamer beneden had een ijzige atmosfeer. In de verder lege ruimte stonden een rieten stoeltje en in een alkoof een groot eiken ledikant, beladen met doorgestikte dekens in allerlei kleuren. Sommige waren gewoon te griezelig om aan te pakken - ik trok dan ook rubberen handschoenen aan -, maar er waren ook peluwtjes bij van een goudbrocaten stof gevoerd met terrakleurige zijde. Die hebben we uiteraard bewaard. Het rook er vochtig. De marmeren schoorsteenmantel is zwart met witte aderen. De omlijsting van de schoorsteen heeft een mooi sierwerk. De deuren in deze ruimte zijn van eiken en er ligt een eveneens eiken vloer in met brede delen. Er heeft vast een kachel gestaan, want er zit een gat in de schoorsteen, waar ooit de pijp in is gestoken. Als je met een zaklantaarn in het stookgat kijkt, zie je de achterkant van de grote gietijzeren plaat die in de oude keuken de schouw siert. Die plaat straalt lang warmte af als we daar de haard hoog stoken. Naast de schoorsteenmantel is een oude muurkast, die, als je hem openzet, ook de warmte doorlaat. We wisten meteen dat we deze ruimte niet langer als slaapkamer zouden gebruiken. We besloten er een salonnetje van te maken. Er kwam een spiegel boven de schoorsteenmantel die gelijk het gat bedekt. Een van de buffetjes uit de inboedel van het huis paste prachtig bij het marmer van de schouw. Toen de ruimte leeg was, hebben mijn schoondochter en ik de alkoof behangen en de muren in de grijze kalkverf gezet. Onze sitetable met daarvoor twee heerlijks stoelen leken gemaakt voor dit hoekje. De rest volgde vanzelf. We verwarmen deze ruimte elektrisch en er is een mogelijkheid om een filmpje te kijken. In de kast liggen lekker gevoerde plaids, want de salon ligt op het Noorden en is de koudste kamer van het huis. In de koude maanden  is de salon nu een toevluchtsoord voor mensen die niets anders willen dan lekker luieren en genieten van een film.







Onze Marianne vonden we ooit in een brocantewinkeltje in Nederland. Ze reist al jaren met ons mee. Nu heeft ze eindelijk haar thuishaven hervonden en staat te stralen in de salon. 


Marianne is een nationaal symbool van Frankrijk. Ze bekleedt een ereplaats in allerlei overheidsgebouwen en symboliseert de triomph van de republiek France.